Thursday, 5 February 2009

Waar is dat nucleair forum eigenlijk?


Toen ik de affiches in het straatbeeld zag verschijnen, en de heerlijke TV spot zag dacht ik ... ik moet dringend mijn mening op de Nucleair Forum gaan gooien. Dus, op naar www.nucleairforum.be ... maar ik heb geen forum gevonden. Er is nog werk aan de interactive winkel.

Zelfs de meest evidente zaken ontbreken: een pre-loader op de flash, navigatie die niet onder de fold verdwijnt, ...

Wednesday, 14 January 2009

ESTA systeem nu operationeel

Zoals jullie weten, moet je vanaf nu online registreren vooraleer je naar de VS mag.

Het systeem zal binnen 4 seconden beslissen of het OK is, en indien niet, zijn er 2 mogelijkheden. Een respons binnen de 72 uur (dan wordt het manueel verwerkt), of negatief - dan moet je naar de ambassade.

De backend code (in java) is nu ook bekend:

boolean reject=false;
if (name.matches("m(o|u)h(a|u)m{1,2}(a|e)d") {
reject = true;
}

(is het eigenlijk done om flauwe mopjes op je blog te posten?)

Wednesday, 7 January 2009

Ask me a question ... maar niet in 't Nederlands

The new year brought two changes to my blogging life:

  1. I've made a second blog in dutch, so I can quickly publish anything I write in Dutch for other purposes without having to go through the hassle of translating everything. Check it out: iBert in het Nederlands
  2. I added a cool widget from Mahalo (one of my favourite web companies). Check out the sidebar of this blog and ask me a question. How it works I have not really figured out but I think the questions are also stored (and accessible) at Mahalo.com. And so are the answers of course.

Saturday, 3 January 2009

Een "Long Tail" maak je zelf ...

Het concept van de Long Tail heeft sinds Chris Anderson het introduceerde in 2004 heel wat kritiek te verduren gekregen. Meestal van mensen bij wie de schrik om het hart sloeg dat het business model dat ze reeds jaren hanteerden zijn motor zou verliezen als alles "Long Tail based" zou worden. Maar de logica is zo kristalhelder, en de onderzoeksresultaten van Anderson zelf waren zo duidelijk dat niemand er écht in slaagde de theorie onderuit te halen.

Nu een paar jaar later ook de minder bevlogen criticasters de Long Tail ontdekt hebben laait de kritiek weer op. En het kost hun niet veel moeite om tegenbewijs aan te dragen. Er zijn tal van voorbeelden waar de Long Tail niet is doorgebroken, waar klassieke business modellen perfect overleven zonder dat hun inkomsten wegvloeien naar niche-initiatieven. Will Page, chief economist van de MCPS-PRS Alliance, een organisatie die royalties int voor artiesten, kwam recent met een onderzoek (zie onder andere dit artikel in de De Morgen) naar buiten waaruit bleek dat de het internet de hits net nog groter maakt en dat ze dus de plaats niet moeten ruimen voor veel kleintjes. En de man heeft waarschijnlijk gelijk. Maar dat betekent niet dat er geen Long Tail fenomeen zou bestaan ...

De Long Tail is een economische wetmatigheid die naar boven is komen drijven met de komst van het internet en het feit dat de marginale kost om een extra item op te nemen in je online collectie zo goed als nul is. Maar die wet geldt ook aan de kant van de consument. Ook hier is er een soort marginale kost om een niche-product te ontdekken. Die zogenaamde kost bestaat uit "tijd". Tijd die de consument nodig heeft om die song die hem of haar ligt te ontdekken in die eindeloze collectie, tijd om te grasduinen in honderd duizenden boeken, tijd om de leukste T-shirt te vinden, enzovoort.
In het geval van een fysieke winkel koopt de retailer die "tijd" af met een aangename winkel, promoties, entertainment, advies en informatie. Een online retailer die van het Long Tail effect wil profiteren moet ook werk maken van de aanbod kant. De consument moet geholpen worden bij het zoeken in al die producten zodat hij in een minimum van tijd de juiste producten in de long tail vindt. Pas dan krijg je ook een long tail in de verkoop.

Het volstaat met andere woorden niet om een schier eindeloze collectie aan te bieden. Een website met een homepage vol bestsellers, een eindeloos menu met standaard-termen en een zoekfunctie die enkel werkt als je al weet wat je precies gaat kopen levert natuurlijk alleen verkoop op van die titels of producten die al op één of andere manier populair zijn.

Een long tail e-commerce site moet inspireren en mensen uitnodigen om verder te kijken dan de vitrine. Bezoekers moeten elkaar kunnen helpen en adviseren over wat zij goed vinden, de navigatie met duidelijk zijn en snel toegang bieden tot ver in de long tail van je collectie, de zoekfunctie moet meer doen dan standaard antwoorden uitspuwen. Een Long Tail business moet je met andere woorden zelf bouwen, die komt niet vanzelf uit je online shop gerold.

Tuesday, 23 December 2008

Tijd voor verandering, jawel

Met de verkiezing van Barrak Obama is het woord "change" in een mum van tijd uitgegroeid tot een term met iconische dimensies. Het was alsof de wereld die normaal vooral van zekerheden houdt plots enkel een toekomst zag die totaal anders zou zijn. Maar de stemhokjes waren nog niet helemaal afgebroken en de ambitie om alles te veranderen verdween als sneeuw voor de zon. Plots had iedereen het enkel nog over "de krisis". De economische wervelstorm waarin we terecht gekomen zijn is anders dan alle voorgaande. Dit keer is het geen cyclisch gegeven, dus wie denkt dat we over een paar maand automatisch terug in een opwaartse trend terechtkomen, die dwaalt. We moeten vandaag betalen voor een periode van structureel overconsumeren, structureel onderkapitaliseren en structureel fout communiceren. De dimensies zijn nog nooit gezien, de context is uniek en de klant is veranderd. Dat laatste horen we de laatste jaren wel meer, en dan vraag ik mij af waarom in diezelfde tijd reklame fundamenteel nauwelijks veranderd is ... Interactiviteit betekent niet dat je het beeld van een abribus campagne verwerkt tot een flash animatie. Een beetje online toevoegen aan het media plan sust je geweten misschien maar helpt je slechts een klein stapje verder in de conversatie met je klant. Het percentage clickthrough vertelt misschien wel iets over je campagne, maar bitter weinig over wat je doelpubliek denkt over jouw merk en producten. Reklame is de laatste jaren vooral veranderd op het meest operationele niveau. De "executie" zoals dat genoemd wordt. Print advertenties zijn vervangen door banners, mailings komen nu elektronisch toe en tegenwoordig krijgen bloggers ook de standaard pers mededeling toegeschoven in de hoop dat ze die kritiekloos overnemen. Maar nieuwe tijden vragen een radicaal andere aanpak. Dus niet enkel een trendy 360 graden aanpak waar alle klassieke media netjes op elkaar worden afgestemd maar een definitieve breuk met de strategieën en concepten van het verleden. We moeten passioneel op zoek gaan naar innovatieve ideeën die aansluiten bij wat het doelpubliek écht wil, en zonder daarbij persé fenomenale media budgetten te verspillen. Innovatie is dus de boodschap en wees er op voorbereid dat goeie resultaten vooral beloond worden met tevreden klanten en op lange termijn een exponentiële groei van de waarde van je merk. Ik ben er vast van overtuigd dat wie verandering omhelst als winnaar uit deze uitdagende tijden zal komen.

Tuesday, 4 November 2008

Opgepast, twitterende vegetariers!

Het "304th Military Intelligence Battalion", een onderdeel van het Amerikaans leger, is tot de conclusie gekomen dat het snelst groeiend sociaal netwerk "Twitter" wel eens een broeinest zou kunnen zijn van terroristen en ander addergebroed. Niet dat er al iets ontdekt is, maar het zou misschien wel eens kunnen dat subversieve elementen zoals vegetariers, atheïsten en socialisten (sic) twitter gaan gebruiken om samen te werken. Om de communiceren dus, om een sociale groep te vormen. Een betere reden om alle tweets systematisch te loggen en analyseren kan een doorsnee militair niet bedenken.

Maar de behoeders van de veiligheid nemen geen risico's. Ze hebben ook een aantal use-cases bedacht hoe sociale toepassingen online de bouwstenen vormen voor vileine netwerken.
Case 1: Terrorist gebruikt Twitter te vertellen waar troepen zich bevinden (alsof dat niet met een ordinaire SMS of antieke MMS kan).
Case 2: Idem case 1, maar een andere activist blaast de terrorist op via een andere GSM ...
Case 3: Terrorist volgt een soldaat op basis van zijn twitter updates ...
Drie toepassingen die eigenlijk niet meer zijn postduiven op speed, alsof een wereldwijd terroristen netwerk dat erin slaagt om een high tech passagiersvliegtuig in het best beveiligde gebouw ter wereld (het Pentagon) te laten crashen zich moet behelpen met een halfbakken microblogging dienst die de helft van de tijd op apegapen ligt.

Gedreven door angst voor sociale interactie tussen mensen heeft de Britse regering besliste dat ze een mega-datacenter gaan bouwen waarin alle telefoongesprekken en email verkeer gelogd word. Waarschijnlijk vinden we die lijsten dan over een paar maanden terug in een achtergelaten attaché case op één of andere trein, net zoals bij die 12 andere gedocumenteerde 'incidenten". Of ze die data gaan koppelen met de beelden van 4,2 millioen cameras die in de Britse straten hangen is nog niet bekend. Misschien wachten ze tot ze ook de beelden van overstekende kinderen bij de schoolpoort verwerkt hebben die ze krijgen van cameras op de hoedjes van de gemachtigde opzichters die op de zebrapaden toezien.

Ondertussen is het marketeers verboden om op het internet ook maar een voornaam te registreren zonder dat die persoon daar expliciet toelating voor geeft, dat die persoon ten allen tijde de informatie kan raadplegen en aanpassen en natuurlijk ... dat de marketeer dan ook meteen de database bij de "privacy" commissie aanmeldt. Je kan er donder op zeggen dat die gegevens vervolgens opgevorderd worden en verwerkt worden in een brilliant nieuw Belgisch initiatief: De Megadatabank.
Deze "verzameling van al dan niet fysiek met elkaar verbonden databases" zou gaan dienen om mijn en jouw consumptiepatroon, sexuele voorkeur, religie, politieke strekking en nog een pak ander gegevens op te slaan. De eerste beste geüniformeerde of undercover nitwit kan dan via "bijzondere opsporingsmethodes" vaststellen dat alle lezers van deze columen lid zijn van een "een groepering van bijzonder belang voor de openbare orde" en collectief ons profiel updaten.

Beste medeburgers, het gevaar zit niet bij je kaasboer die wil bijhouden of je je geitekaas liefst fris en vers hebt dan wel lekker belegen en pittig. Laat gerust je email adres achter bij die reisagent of restauranthouder, maar denk twee keer na over de zoveelste "officiële" instantie die wil weten of je wel gezond bent.

Thursday, 28 August 2008

Online PR is de sleutel to succes in ...

Het métier van klassieke Public Relations heeft bij het grote publiek niet voor niets een negatief imago. Het 'spindocteren' van een product of dienst wordt door de consument ervaren als 'liegen en bedriegen'. Wie het duurste PR bureau kan betalen, daar wordt het meeste over geschreven in de klassieke media. De relatie met de kwaliteit van het product of hoe nuttig het is voor de gebruiker doet er blijkbaar niet toe. Maar de omgeving is veranderd. We leven in een wereld waar iedereen met iedereen praat in 'global neighbourhoods' (zoals Shel Israel dat omschrijft). In drie klikken maak je een Facebook group over het verzamelen van postzegels met de afbeelding van wijlen Koning Boudewijn of gelijk welk ander exotisch onderwerp. Een auto koop je pas nadat je de mening hebt gelezen van een aantal chauffeurs die met hetzelfde model rijden. Invloed en beïnvloeding, mond aan mond reklame, de komst van het écht interactieve internet maakt public relations nog belangrijker dan voorheen. Maar de online ontsnapt grotendeels aan de PR invloed van de klassieke bureaus. De blogosfeer werd door een aantal meer vooruitstrevende bureaus al ontdekt, maar lang niet elke persmededeling heeft ook een evenknie voor de bloggers. En als er al eens iets gemailed wordt naar een groep invloedrijke bloggers dan is dat veelal dezelfde tekst als wat journalisten krijgen. Alsof je de tekst van een persmededeling identiek zou overnemen in een advertentie of mailing. Online PR is een totaal andere discipline. Ze vraagt een grondige kennis van de interactieve wereld en hoe communicatie lijnen daar lopen. Om te beginnen zijn er veel meer kanalen dan enkel de pers conferenties en de emails. Alles social networking sites (Facebook, Netlog, MySpace, etc.) vormen een kanaal op zich (al dan niet betalend), of je kan je eigen netwerk opbouwen. Email blijkt communicatie instrument nummer één maar vandaag zijn er ook Twitter, je eigen blog (RSS feed) of zelfs instant messaging. In een zeldzaam geval zak een SMS of zelfs een handgeschreven brief het beste resultaat garanderen. En dan de booschap zelf. Dat je je boodschap moet aanpassen aan je doelgroep weet iedereen, maar waarom wordt dan overal diezelfde tekst gezaaid? De kiddo's op Netlog verwachten een andere aanpak dan de overjaarse rockers die MySpace afschuimen op zoek naar pareltjes van alternatieve muziek. En niet alle bloggers zijn geeks, hoewel ze meestal wel net iets handigers zijn met computers dan de meesten. Zij verwachten dan ook dat ze je filmpje kunnen embedden in hun blog. Dat ze eventueel een presentatie op Slideshare kunnen terug vinden. Interactieve media vragen communicatie in de zin van conversatie, je weet wel mensen die met mensen praten. Het praatje met de buren en het gewauwel aan de toog krijgen een tweede leven online. Daarom kan je maar aan effectieve online PR doen als je regelmatig met de buren - desnoods aan de andere kant van de wereld - praat of aan de virtuele toog hangt. En een conversatie betekent dat je informatie terug krijgt, postieve reacties maar ook negatieve. En daaruit kan je leren en je product of dienst beter laten aansluiten bij de noden van je klant. Online PR is dus een nieuw métier dat slechts weinigen al onder de knie hebben. Een opportuniteit voor interactieve agentschappen, en voor merken met visie en lef.